Zoeken
  • Mohamed Badaou

Heeft anticonceptie invloed op mijn vruchtbaarheid?

Anticonceptie is tegenwoordig vaak niet meer weg te denken uit het leven van vele vrouwen. Bijna 70% van de seksueel actieve vrouwen tussen 16 en 49 in Nederland gebruikt enige vorm van anticonceptie. De meest voorkomende vorm van anticonceptie is de pil (inclusief de prikpil), hierna komt de spiraal en op de derde plek het condoom. De minst gebruikte anticonceptiemethoden zijn een pessarium en natuurlijke anticonceptiemethoden. (1, 2)

Zoals we zien worden een heleboel verschillende methoden gebruikt, sommige met hormonen en andere zonder, maar weet jij ook wat het effect hiervan is op je vruchtbaarheid? Ik wist dit zeker niet, en daarom ging ik op zoek naar antwoorden. Zie deze blogpost dan ook als je - no nonsens, geen jargon - wetenschappelijke gids die het antwoord geeft op wat nou eigenlijk het effect is van verschillende vormen van anticonceptie op je vruchtbaarheid.


Belangrijk in deze blogpost is dat we een duidelijke tweedeling maken, namelijk tussen hormonale en niet-hormonale anticonceptie.


Deel 1: Hormonale anticonceptie

Orale anticonceptie

In de volksmond wordt orale anticonceptie ook wel de pil genoemd. Deze vorm van anticonceptie is een van de meest gebruikte methodes. Er zijn twee vormen van de pil, het verschil zit in de hormonen die er in zitten:

  • Progesteron en oestrogeen, of;

  • Progesteron

Alhoewel vaak verhalen de ronde doen dat de pil je minder vruchtbaar zou maken, blijkt uit onderzoek eigenlijk iets anders. Bij een onderzoek waarin 60,000 vrouwen met een actieve kinderwens en die de pil gebruikten gevolgd werden, werd ongeveer 20% zwanger bij de eerste cyclus na het stoppen van de pil. Na een jaar was 80% van de vrouwen die stopten met de pil zwanger (3). Ook schijnt het zo te zijn dat vrouwen die minimaal 7 jaar lang orale anticonceptie gebruikt hebben vruchtbaarder lijken te zijn dan vrouwen die de pil voor 2 jaar gebruikt hebben (4). Hoe dit komt is helaas nog onbekend.


Hormoonspiraal

De eerste hormoonspiralen werden gemaakt in de jaren ‘70, tien jaar nadat de eerste koperspiraal werd gemaakt (5). De twee meest bekende en meest gebruikte hormoonspiralen zijn de Mirena en Skyla. Allebei bevatten levonorgestrel (een hormoon dat familie is van progesteron). De Mirena en Skyla doen in principe hetzelfde, maar de Skyla bevat minder levonorgestrel. Hierdoor is de Skyla tot 3 jaar na het inbrengen te gebruiken, terwijl de Mirena 3 tot 7 jaar gebruikt kan worden. Tot op heden is het nog niet duidelijk hoe een spiraal precies werkt. Er wordt gedacht dat deze spiralen op twee manieren werken:

  1. Het verdikken van je baarmoederhals (6);

  2. Het voorkomen van bevruchting van je eicellen (7)

Een studie uit 1989 volgde vrouwen met een actieve kinderwens na het uitnemen van hun spiraal en hield bij hoelang het duurde voordat iemand zwanger werd. Dit bleek gemiddeld 4,4 maanden te duren. Na 12 maanden was ongeveer 93% van de vrouwen zwanger geworden. (8)


In een ander onderzoek uit 2015 werd hetzelfde onderzocht, alleen werden vrouwen met een spiraal vergeleken met vrouwen die geen spiraal gebruikten. Uit dit onderzoek bleek dat er geen significant verschil tussen de groepen aanwezig was. De zwangerschapspercentages na 12 maanden waren nagenoeg gelijk. Echter, in dit onderzoek waren er maar 17 vrouwen die een hormoonspiraal hadden. Dus door het kleine aantal vrouwen die meededen moet je dit onderzoek maar met een korreltje zout nemen. (9)


Implantaat

Het eerste implantaat werd op de markt gebracht in 1983 en is sindsdien enorm van vorm veranderd. Van 6 staafjes, naar 2 staafjes, naar een enkele staafje. Het hedendaagse implantaat bevat het hormoon etonogestrel (progesteron) en wordt ingebracht onder de huid aan de binnenkant van je niet-dominante bovenarm. Na inbrenging kan het implantaat tot 5 jaar blijven werken.


Na verwijdering van het implantaat keert de vruchtbaarheid in de meeste gevallen snel terug. Een onderzoek uit 2002 liet zien dat de cyclus in de meeste gevallen terugkeert binnen 3 maanden. Ook laat het onderzoek zien dat een groot gedeelte van de vrouwen die stopt met het implantaat, binnen een jaar zwanger raakt. Echter verschillen de percentages van vrouwen die zwanger worden binnen 12 maanden na het verwijderen van het implantaat wel enorm (76-100%). (10) Een ander onderzoek waarin 24 Indiase vrouwen stopten met het implantaat liet zien dat ongeveer 30% zwanger raakte binnen 3 maanden, 67% binnen 9 maanden en 96% binnen 12 maanden (11).


De prikpil

Dit is een vorm van anticonceptie die eigenlijk hetzelfde doet als de pil, behalve het daadwerkelijk slikken van een pil elke dag. In plaats daarvan moet je jezelf elke drie maanden een prikje geven of langs de huisarts gaan.


Van alle vormen van anticonceptie heeft deze manier de langste tijd nodig om uit te werken. Uit een onderzoek waarin ruim 18.000 vrouwen werd gevolgd bleek dat na het stoppen van de prikpil het minstens 5 cycli duurde voordat de menstruatiecyclus weer op gang kwam. Langdurige effecten op je vruchtbaarheid waren er niet op basis van dit onderzoek. (12)


Tabel 1. Samenvatting: tijd van terugkeren van je cyclus (12)



Deel 2: Niet-hormonale anticonceptie

Sterilisatie

Als je zeker weet dat je niet meer zwanger wilt worden dan kun je jezelf laten steriliseren. Een voordeel van sterilisatie is dat je dit maar 1 keer hoeft te doen. Een belangrijk nadeel is dat je dit in veel gevallen niet kunt terugdraaien. Zodra je gesteriliseerd bent, is dit blijvend. Daarnaast beschermt een sterilisatie ook niet tegen een SOA. (13)


Sterilisatie kan op drie manieren

  • Verwijderen van je eileiders

  • Dichtklemmen van je eileiders met ringen

  • Eileiders dichtmaken met elektrische stroom

Doordat de eileiders beschadigd of verwijderd worden, kunnen de eicellen niet meer in de baarmoeder komen. Ook kunnen de zaadcellen niet meer bij de eicellen komen en kan er dus geen bevruchting plaatsvinden.


Na sterilisatie is een vrouw over het algemeen niet meer vruchtbaar, maar in enkele gevallen komt het nog voor dat iemand toch zwanger wordt. Dit gebeurt bij 5 op de 1000 vrouwen.


Koperspiraal

De koperspiraal is een variant van de spiraal maar dan zonder de hormonen. Het koper in de spiraal is giftig voor de zaadcellen. Het effect van de koperspiraal op je vruchtbaarheid is niet anders dan de hormoonspiraal. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen die een spiraal hebben gehad even snel en makkelijk zwanger worden als vrouwen die geen spiraal hebben gehad (14).


Periodieke onthouding

Deze categorie is een verzameling van allemaal natuurlijke manieren van anticonceptie, denk aan het bijhouden van je vruchtbare dagen of het meten van je temperatuur.

Doordat deze methodes natuurlijk zijn en dus niet beïnvloed worden door hormonen, wordt je vruchtbaarheid niet negatief beïnvloed.


Alhoewel niet-hormonale anticonceptie niet het eerste is waar je direct aan denkt bij het horen van anticonceptie worden deze wel steeds populairder. Sommige vormen zijn blijvend en anderen zijn tijdelijk. Gelukkig is er genoeg om uit te kiezen als je anticonceptie wilt gebruiken.

Referenties


  1. Geboorteregeling; anticonceptiemethode en leeftijd van de vrouw, 1993-2013 [Internet]. Opendata.cbs.nl. 2020 [cited 26 December 2020]. Available from: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/37459/table

  2. NHG Richtlijn Anticonceptie [Internet]. Richtlijnen.nhg.org. 2020 [cited 26 December 2020]. Available from: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/anticonceptie#volledige-tekst-figuur1

  3. Cronin M, Schellschmidt I, Dinger J. Rate of Pregnancy After Using Drospirenone and Other Progestin-Containing Oral Contraceptives. Obstetrics & Gynecology. 2009;114(3):616-622.

  4. Mikkelsen E, Riis A, Wise L, Hatch E, Rothman K, Toft Sorensen H. Pre-gravid oral contraceptive use and time to pregnancy: a Danish prospective cohort study. Human Reproduction. 2013;28(5):1398-1405.

  5. Thiery M. Pioneers of the intrauterine device. The European Journal of Contraception & Reproductive Health Care. 1997;2(1):15-23.

  6. Sivin I, Stern J, Coutinho E, Mattos C, El Mahgoub S, Diaz S et al. Prolonged intrauterine contraception: A seven-year randomized study of the levonorgestrel 20 mcg/day (LNg 20) and the Copper T380 Ag IUDS. Contraception. 1991;44(5):473-480.

  7. Hatcher R. Contraceptive technology. 2011.

  8. Gupta B. Return of fertility in various types of IUD users. International Journal of Fertility. 1989;34(2).

  9. Ortiz M, Croxatto H. Copper-T intrauterine device and levonorgestrel intrauterine system: biological bases of their mechanism of action. Contraception. 2007;75(6):S16-S30.

  10. Glasier A. Implantable contraceptives for women: effectiveness, discontinuation rates, return of fertility, and outcome of pregnancies. Contraception. 2002;65(1):29-37.

  11. Bhatia P, Nangia S, Aggarwal S, Tewari C. Implanon: Subdermal Single Rod Contraceptive Implant. The Journal of Obstetrics and Gynecology of India. 2011;61(4):422-425.

  12. Yland J, Bresnick K, Hatch E, Wesselink A, Mikkelsen E, Rothman K et al. Pregravid contraceptive use and fecundability: prospective cohort study. BMJ. 2020;:m3966.

  13. Ik denk na over een sterilisatie (vrouw) | Thuisarts [Internet]. Thuisarts.nl. 2020 [cited 26 December 2020]. Available from: https://www.thuisarts.nl/sterilisatie-bij-vrouw/ik-ben-vrouw-en-overweeg-sterilisatie

  14. Stoddard A, Xu H, Madden T, Allsworth J, Peipert J. Fertility after Intrauterine Device Removal: A Pilot Study. The European Journal of Contraception & Reproductive Health Care. 2015;20(3):223-230.